Introductie
Subsidie
Lianne: ‘Ik heb nooit kind mogen zijn’​
Wat weet jij van de meldcode?
Eveline: 'Wil niet de andere kant op kijken'
Wat gaat u doen?
Contact

Ieder kind dat slachtoffer is van geweld, is er één te veel.

Kindermishandeling is een complex en hardnekkig probleem. Daarom staan in de Week tegen Kindermishandeling de verhalen centraal van professionals, ouders en kinderen die zich geconfronteerd zagen met kindermishandeling. Wat kunnen we daarvan leren en hoe kunnen we deze inzichten optimaal benutten? Zodat steeds meer kinderen veilig, gezond en kansrijk kunnen opgroeien.

In 2020 is de Week tegen Kindermishandeling van maandag 16 tot en met zondag 22 november. Dit jaar is het thema ‘Leren van elkaar’. Op de website weektegenkindermishandeling.nl lees je meer over het initiatief, ervaringsverhalen en kun je afbeeldingen downloaden om in te zetten op social media.

Deze week nemen wij u mee in de ervaringsverhalen van betrokkenen en hoe wij in onze regio de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling versterken.

Binnen hengelen subsidie 'Geweld Hoort Nergens Thuis'

Nieuwe subsidie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

Als regio Noord-en Midden-Limburg hebben we een subsidie ontvangen van het landelijk programmateam Geweld Hoort Nergens Thuis.
De subsidie is voor het uitrollen van de visie op gefaseerde ketensamenwerking:
“Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg.”

Kennis en expertise
Deze subsidie hebben we aangevraagd omdat we als regio flinke stappen aan het zetten zijn in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Lokale (wijk)teams hebben daarin een grote rol. Het is hun verantwoordelijkheid om niet alleen huiselijk geweld en kindermishandeling te signaleren en bespreekbaar te maken, maar ook samen met betrokkenen te komen tot een integraal (veiligheids)plan nadat er een melding is gedaan bij Veilig Thuis. Dit vraagt nogal wat aan kennis en expertise van de medewerkers. Dat is ook reden dat er landelijk een kwaliteitskader Werken aan Veiligheid is vastgesteld. Om daadwerkelijk slachtoffer, pleger en kinderen goed bij te kunnen staan bij het stoppen van het geweld en het verminderen van de risico’s. 

Uitvoering van de deskundigheidsbevordering
Door het inzetten van de subsidie kan er een grote groep professionals in de regio geschoold worden; er ontstaat een gezamenlijke visie en werkwijze op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Immers is samenwerken cruciaal in het daadwerkelijk stoppen van onveilige situaties en het bereiken van duurzame veiligheid. Om daadwerkelijk uitvoering te kunnen geven aan het werken volgens de visie is het van belang dat iedere betrokkenen meegenomen wordt. Daarom worden er in 2021 ook sessies georganiseerd voor bestuurders, middenmanagement en beleidsmedewerkers.

Tot nu toe zijn er inspiratiesessies georganiseerd waarin kennis genomen is van de visie en is de eerste groep professionals getraind. De enthousiaste deelnemers zijn  gedragswetenschappers van lokale teams, CJG, Veilig Thuis en RvdK en vanuit het AMW begeleiders primaire proces.

De scholingen worden verzorgd door Civil Care. Deze organisatie is de grondlegger van de visie zie ook www.civilcare.nl

Alleen ga je harder, samen kom je verder.
Een gedeelte van de subsidie is in gezamenlijkheid met de regio Zuid-Limburg aangevraagd en verkregen. Deze subsidie wordt ingezet om het provinciale netwerk straf en zorg te versterken, te verbeteren en beter te laten aansluiten bij de lokale teams. Inmiddels is een projectleider gestart onder het motto “alleen ga je harder, samen kom je verder”.

Lianne: ‘Ik heb nooit kind mogen zijn’

Bron: www.weektegenkindermishandeling.nl/30-verhalen

‘Als kind pas je je snel aan. Mijn moeder was psychisch ziek; een postnatale depressie die meer dan 8 jaar heeft geduurd. Mijn vader dronk veel, te veel. Dit maakte dat ruzie in ons huis heel normaal was. Schreeuwen, dreigen met scheiding, weggaan van huis, gooien met borden en andere voorwerpen, elkaar bedreigen met een mes. De situatie was heel onvoorspelbaar. Het kon ineens exploderen.

Hier anticipeerde ik als kind op. Meerdere uren per dag werd er geschreeuwd. Was er geen ruzie, dan hing er een spanning alsof er iets ging gebeuren. Als kind was ik alert en op mijn hoede. Hierdoor weet ik niet hoe liedjes van vroeger gaan, welke tekenfilms we keken. Dit heb ik nooit kunnen onthouden, want daar had ik geen ruimte voor. Dat zorgeloze heb ik niet gehad.

We werden niet geslagen, dus blauwe plekken waren er niet. Maar ons gedrag moet opvallend geweest zijn. Kleine diefstallen terwijl we tussen de 6 en 9 jaar oud waren. Te ‘volwassen’ antwoorden geven. Wegloopgedrag. Vieze kleren. Zonder jas buiten in de winter. Ondanks de gekamde haren altijd onverzorgd en moe zijn.

‘Buitenshuis werd niet gesproken over wat er thuis gebeurde. Buitenshuis waren we op het eerste gezicht een gelukkig gezin.’

Eén moment kan ik me nog heel goed herinneren. Ik was 6 jaar en had een trui aan met een col. Zwart met groene strepen. Toen ik op school kwam zei een jongetje: “Je stinkt naar kots”. Dat vond ik natuurlijk heel erg om te horen, want ik wist niet dat ik stonk. Ik pakte gewoon kleding die ik paste, maar wel van de ongewassen kledingstapel.

Buitenshuis werd er niet gesproken over wat er thuis gebeurde. Buitenshuis waren we op het eerste gezicht een gelukkig gezin. We gingen op vakanties, waren op verjaardagen en iedereen was altijd welkom. Maar achter de dichte voordeur ging het mis.

Er was geen hulp, want daar was door de jeugd van mijn moeder geen vertrouwen in. Op school en aan vriendjes en vriendinnetjes mochten wij er niets over vertellen. Als iemand erachter kwam, dan zouden we weggehaald worden. Dat was door de ervaring van mijn moeder de waarheid van de situatie. En daarmee ook die van ons.

Dat de situatie niet normaal was, werd mij duidelijk toen ik op de middelbare school zat. Bij vrienden thuis werd heel anders omgegaan met problemen en emoties. Er werd niet geschreeuwd, er werd gepraat als iets niet goed ging. Ik had het door, maar propte het weg. Want ik was nog steeds minderjarig, dus nog steeds zou ik weggehaald kunnen worden als ik iets zou vertellen. En als ik dan een balletje opgooide, dan was het voor buitenstaanders toch vaak dat ik die leuke moeder en die grappige vader had. Dan voelde ik me onbegrepen.

Het wegproppen stopte tijdens mijn studie tot maatschappelijk werker. Allerlei thema’s kwamen voorbij. En ook het thema huiselijk geweld. Daar kwam ik een deel van mijn leven in de boeken tegen. Ik deed kennis op over het thema en dit gaf erkenning in wat ik had meegemaakt. Met lessen en reflecties op mijzelf, raapte ik de stenen op. Ik wilde sterker worden en mijn jeugd in mijn werk gebruiken. Je kunt alleen anderen helpen, wanneer je jezelf hebt geholpen. In de verwerking heb ik heel veel aan mijn vriend gehad. Op school kon ik reflecteren en thuis met mijn vriend kon ik het bespreken en een plaats geven.

Mijn ouders zouden niet begrijpen dat onze thuissituatie als huiselijk geweld of kindermishandeling wordt beschreven. Ze weten dat het niet goed was thuis, daar hebben we het over gehad. Dat hebben ze erkend en dat heeft geholpen in de verwerking. Maar het was niet met opzet, het was de situatie. Dus over het thema ‘kindermishandeling’ hoeven we het niet te hebben. Dát zullen ze niet erkennen. Het zal hen ook niet helpen in hun proces. Ze worden wakker geschud op hun onvermogen van destijds. Daar hebben zij niets aan. Want ik ben al volwassen en gezond. Het zijn hun stenen niet meer. Hun taak zit erop. Het zijn nu mijn stenen, die pak ik op en ik leg ze neer waar ik ze wil hebben.

Ik ben ook niet boos op mijn ouders. De lessen die ik heb geleerd, hebben mij gemaakt tot wie ik ben en helpen mij in mijn werk. Veel verhalen die ik dagelijks hoor, klinken mij niet gek in de oren. Tuurlijk raken verhalen mij ook wel, maar ik kan ze dragen en daardoor kan ik blijven helpen. Met de mensen die het vertellen heb ik geen medelijden, wel mededogen.

‘Mijn blauwe plekken waren niet te zien. Ik werd niet geslagen thuis.’

Zonder angst voor een diepere laag in het verhaal vraag ik door en kan ik met mijn cliënten vooruit kijken. Dat heeft wel echt met mijn jeugd te maken.

Ik denk dat het goed is om mijn verhaal te vertellen. Het is namelijk niet het klassieke beeld van kindermishandeling. De omgeving heeft een beeld dat mishandeling er pas is wanneer er fysiek blauwe plekken zijn. Mijn blauwe plekken waren niet te zien. Ik werd niet geslagen thuis. Het hoeft niet opzettelijk te zijn. En daar ligt misschien de misvatting. Verwaarlozing zonder opzet, een situatie die te groot is, een zorgmijdend gezin door eigen jeugdtrauma’s. Mijn ouders hielden, en houden, zielsveel van ons, maar ze kwamen handen tekort in de opvoeding en vertrouwen tekort voor hulp. Eigenlijk is dat wat er speelde bij ons.

Begeleiding, zoals het nu kan zijn, die naast mijn ouders had gestaan, was heel goed geweest. Dan hadden mijn ouders meer in hun kracht kunnen staan. Opvoedondersteuning of therapie voor mijn moeder, daar zouden wij ook weer beter van geworden zijn. Maar die ruimte is er nooit geweest. Het is doorgegaan van generatie op generatie. Tot hier, punt.’

Lianne is maatschappelijk werker

Wat weet jij van de meldcode?

Acute en structurele onveiligheid altijd melden
In de verbeterde meldcode is vastgelegd dat het de professionele norm is om vermoedens van ernstige kindermishandeling en huiselijk geweld altijd te melden bij Veilig Thuis. Daaronder vallen acute onveiligheid en structurele onveiligheid. Van acute onveiligheid is sprake als iemand in direct fysiek gevaar verkeert en zijn / haar veiligheid de komende dagen niet gegarandeerd kan worden.

Dat is bijvoorbeeld het geval als gedreigd wordt met een vuurwapen of als geweld tot ernstig letsel heeft geleid. Van structurele onveiligheid is sprake als een onveilige situatie of geweld zich herhaalt of voortduurt. Kinderen of volwassenen die uit zichzelf vertellen dat bij hen thuis geweld of verwaarlozing speelt (onthulling), vallen ook onder deze professionele norm. Wanneer een slachtoffer uit zichzelf praat over mogelijk huiselijk geweld of kindermishandeling betekent dit meestal veelal dat hij / zij een acute crisis ervaart en vreest voor zijn veiligheid of welzijn of dat van andere gezinsleden.

Melden én hulp organiseren
Ook het onderscheid tussen melden óf hulpverlenen is in de verbeterde meldcode verdwenen. Sinds 1 januari 2019 beslis je éérst of het nodig is om te melden en daarna, zelf of samen met Veilig Thuis, of het ook mogelijk is hulp te bieden of te organiseren. De voorwaarden waaraan die hulp moet voldoen om effectief te zijn, zijn ook omschreven in de meldcode, zoals bijvoorbeeld dat de hulp gericht is op het stoppen van het geweld en het herstellen van duurzame veiligheid en dat alle gezinsleden de hulp aanvaarden. Als aan één van die voorwaarden niet kan worden voldaan, moet de professional (alsnog) een melding doen bij Veilig Thuis.

Gezinnen uit beeld
De aanleiding voor de verbetering is dat er nog teveel gezinnen uit beeld raken. Professionals melden zorgelijke situaties alleen bij Veilig Thuis als zij dat zelf nodig vinden: als zij de situatie heel ernstig vinden of als zij niet in staat zijn om hulp te bieden. De meeste professionals zien echter slechts een deel van de problemen thuis. Ze zijn te kort bij een gezin betrokken, ze kennen slechts één gezinslid of ze hebben te weinig achtergrondinformatie. Zij hebben er vaak geen zicht op of eventuele bemoeienis de veiligheid heeft vergroot, of verwaarlozing is gestopt, of geweld later toch weer is opgelaaid. Wat wel nodig is bij huiselijk geweld, omdat er vaak langere tijd overheen gaat voordat de veiligheid is hersteld en verwaarlozing is afgenomen.

Aandacht voor de meldcode
Voor veel professionals maakt het werken met de meldcode geen deel uit van de dagelijkse praktijk. Het is ook soms een hele opgave om met de meldcode aan de slag ‘te moeten’. Daarom investeren wij in de regio voor diverse beroepsgroepen in bijeenkomsten, scholingen en trainingen rond het gebruik van de meldcode. In de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn de oren en ogen in het voorliggende veld van belang en moeten wij ze ondersteunen, zodat ze weten hoe te handelen. Op dit moment worden 160 professionals in de regio door Veilig Thuis getraind in de rol van aandachtsfunctionaris. Ook voor de komende jaren blijft het nodig met grote regelmaat de meldcode terug te laten komen in diverse ontmoetingen.

De meldcode is van ons allemaal!!
Download de app voor 30 dagen lang iedere dag een tip over de meldcode.
https://www.augeo.nl/nl-nl/download-de-gratis-qurve-app/

Eveline: 'Als jeugdarts en als moeder wil ik niet de andere kant op kijken’

Bron: www.weektegenkindermishandeling.nl/30-verhalen

‘Als jeugdarts heb ik helaas weleens te maken met casuïstiek rondom kindermishandeling. Maar toen ik in mijn privéleven ermee te maken kreeg, bleek het zelfs voor mij lastig te zijn om aan de bel te trekken.

Sinds een paar maanden sport ik samen met Tessa, de moeder van het beste vriendinnetje van mijn dochter. Iedere maandagavond fietsen we samen naar crossfit en kletsen we over onze dochters van zeven, die bij elkaar in de klas zitten.

Tessa vertelt ook weleens over Mila, de dochter van haar broer. Die zit ook bij onze kinderen in de klas. Mila is een pittig dametje, dat erg claimend kan zijn naar andere kinderen. Ook is ze moeilijk te corrigeren. Ze luistert niet goed naar volwassenen en zegt dingen die voor een zevenjarige best heftig zijn.

Ik zie Mila op school en op die maandagavonden hoor ik stukje bij beetje van Tessa hoe het met haar gaat. De ouders van Mila zijn gescheiden en haar vader heeft een nieuwe vriendin, die nauwelijks omkijkt naar Mila en haar zus. Op school gaat het niet goed, de intern begeleider is bezig met de thuissituatie. Haar moeder praat regelmatig met een psycholoog en ook Mila gaat naar een kinderpsycholoog. Er speelt dus veel in dat gezin.

‘Ze luistert niet goed naar volwassenen en zegt dingen die voor een zevenjarige best heftig zijn.’

Vanuit mijn werk weet ik dat gedrag een signaal kan zijn. Claimend gedrag kan een teken zijn van een moeilijke hechting. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik de informatie over Mila vooral uit derde hand heb en vanuit één oogpunt. Daar denk ik over na als ik op maandagavond naar huis fiets. Wat vertelt Tessa vooral vanuit haar eigen gevoel en in hoeverre is dat objectief?

Op een van die avonden vertelde Tessa me dat haar broer tijdens een ruzie een keer bovenop de moeder van Mila was gesprongen en was gaan meppen. Oma moest hem van haar af trekken. Mila en haar zus stonden erbij en zagen het gebeuren.

Ik dacht meteen: wow, dit is heftig. Vooral omdat de kinderen het hebben gezien. Ik heb direct tegen Tessa gezegd dat zoiets veel doet met kinderen. Hoe vreselijk moet het zijn om te zien hoe je vader bovenop je moeder springt en jij als kind helemaal niets kunt doen? Het verhaal raakte me enorm.

Ik heb ook gezegd dat hoe meer zij vertelt over de thuissituatie van Mila, hoe meer ik haar gedrag begin te begrijpen. Dit is haar manier om te uiten dat ze in de knel zit. Ze krijgt alleen maar negatieve aandacht; thuis, van school, van familie.

En ze is de helft van de week bij haar vader en zijn vriendin, in een huis waar ze zich ongewenst voelt. Wat doet dat met een kind?

Je moet hier echt iets mee, zei ik tegen Tessa. Ook al is dit al een tijdje geleden gebeurd, Mila draagt dit met zich mee. Ik heb voorgesteld om Veilig Thuis te bellen. Dat kan zonder namen te noemen en alleen om advies te vragen. Tessa maakte zich natuurlijk ook zorgen en wilde erover nadenken.

Ik vond het zo’n zorgelijk verhaal dat ik zelf iets wilde doen. Tegelijkertijd wist ik dat het geen spoedsituatie was en ik wilde niet iets doen achter de rug van Tessa om. Ik moest mezelf tegenhouden, maar dat is maar deels gelukt. Twee dagen later heb ik Veilig Thuis gebeld. Ongeacht wat Tessa zou gaan doen, wilde ik zelf advies. De week ervoor had ik een cursus over kindermishandeling gevolgd. Ik realiseerde me weer hoe belangrijk het is dat iemand in de omgeving van een kind iets doet. Het zou mij niet gebeuren dat ik weet wat er thuis bij Mila speelt, maar er vervolgens niets gebeurt.

Ik vond het lastig om Veilig Thuis te bellen. Ik was bang dat ik een onsamenhangend verhaal zou vertellen. Komt de ernst van de situatie wel over? En aan de andere kant: maak ik het niet te groot? Want Mila heeft het nu moeilijk, maar misschien lost de situatie zichzelf wel op. Zonder dat wij ons ermee bemoeien. Is er nu echt actie van mij nodig?

‘Het liedje van de campagne zoemt door mijn hoofd: “Het houdt niet op,niet vanzelf”.’

Maar ik weet en ik voel dat het niet uit zichzelf beter zal gaan. Het liedje van de campagne zoemt door mijn hoofd: ‘Het houdt niet op, niet vanzelf’.

In mijn werk vind ik het altijd fijn om met Veilig Thuis te overleggen. Ook nu kreeg ik goede adviezen, vooral voor mijn contact met Tessa. Ik gun haar de tijd om rustig te bedenken wat zij wil doen. Maar ik moet het er binnenkort met haar over hebben. Ik zie er tegenop, maar ik vind het belangrijk dus ik moet daar overheen stappen.

Als ik Mila op school zie, wil ik haar het liefst een knuffel geven. Maar dat zou raar zijn, want zo goed ken ik haar niet. Ik merk wel dat als ik iets tegen haar zeg, ik net wat meer oogcontact maak en een hand op haar schouder leg. Door haar situatie ben ik me bewust geworden hoe moeilijk het is voor mensen in de omgeving om iets te doen als je je zorgen maakt. Maar daar is professionele hulp voor. Bij Veilig Thuis kun je niet alleen terecht om een melding te doen, maar je kunt ze ook bellen om mee te denken. Voor mij was dat prettig. Want als jeugdarts, maar vooral als moeder en als lid van deze maatschappij, wil ik niet de andere kant op kijken.’

Eveline is jeugdarts.

Wat gaat u doen?

Week tegen kindermishandeling; Leren van elkaar

Via deze website hebben wij u in deze ‘Week tegen Kindermishandeling’ willen informeren over het thema kindermishandeling (en huiselijk geweld). Dat dit nodig is blijkt ook uit het recent gepubliceerde onderzoeksresultaat; ‘Kwestie van lange adem: kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen?

Verwey-Jonker heeft 1,5 jaar 576 gezinnen gevolgd waarin sprake is van kindermishandeling en partnergeweld. Na de derde meting was in een deel van de gezinnen het geweld gestopt, maar ging het geweld in andere gezinnen ook door. Opvallend in het onderzoek is dat bij 50% van de betrokken kinderen geen hulp is geregeld is en ruim 30% van de kinderen geen steun heeft ervaren!

De centrale vraag of huiselijk geweld en kindermishandeling echt kan stoppen wordt beantwoord. Het kan! Voorwaarden die er voor nodig zijn, zijn:

  • Veiligheid is de verantwoordelijkheid van iedereen;
  • Integrale systemische aanpak met één plan en regie bij één partij;
  • Zorgvuldige screening van de problematiek voor maatwerk;
  • Focus op het kind;
  • Begeleiding is een kwestie van lange adem.


Dit onderzoek helpt ons om in de regio Noord-en Midden-Limburg kritisch te kijken naar de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Met deze aanbevelingen gaan wij, u en ik, de komende periode aan de slag. Met het investeren in onze lokale teams en ketenpartners middels scholing in de visie “eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risico gestuurde zorg”, zijn wij al op de goede weg.

Wij worden met elkaar steeds beter in staat om huiselijk geweld en kindermishandeling daadwerkelijk te stoppen!

Dit doen wij samen! Wat gaat u doen?

Bekijk hier de infographics:
– ‘Kwestie van lange adem: kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen?’
– ‘Duidelijke afname van zowel partnergeweld als kindermishandeling’
– ‘Wat werkt er voor wie?’

Bekijk hier de factsheet dat onderdeel is van het eindrapport ‘Kwestie van lange adem: kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen?’. 

Contact